Zoom en functie-analyse (vervolg)
t=
Verandert de cursorvorm. In de standaardinstelling
( +~~
is de cursor altijd donker. In de andere
instelling ( +~-= is het plusteken donkerbij een
lichte achtergrond en licht bij een donkere
achtergrond.
KEYS
Wist de menutoetsen van het menu GRAPHICS,
zodat u een groter gedeelte van de grafiek ziet.
Druk op [=] of een willekeurige menutoets om het
GRAPHICS menu weer op te roepen.
Verplaatst de grafische cursor in de aangegeven
richting. Als u eerst op [] drukt, verplaatst u de
cursor naar de rand van de display. Als de cursor
aan de rand van de display staat en als PICT
groteris dan de display, verplaatst u de cursor
naar de rand van PICT door op [c*] te drukken.
(«a)[GRAPH]
Kiest de scrollmodus. In de scrolimodus worden
de menutoetsen gewist en als PICT groter is dan
de display, schuift u het displayvenster met de
cursortoetsen in de aangegeven richting over
PICT. Druk opnieuw op [+1][GRAPH] om terug te
keren naar de normale display van de grafische
omgeving.
ENTER
Plaatst de coérdinaten van de positie van de
cursor in het stapelgeheugen.
(x]
Plaatst het markeringsteken (dezelfde functie als
MARK ))
Schakelt het tonen van de cursor-coérdinaten aan
en uit.
=]
Schakelt het tonen van de menutoetsen aan en uit.
Gaat over op een andere cursorvorm (dezelfde
functieals
+-- ).
18: Fundamentele plotfuncties en functie-analyse
325