0.05, met een steekproef van grootte n = 25 met een gemiddelde ⎯x = 22.0 en
een standaardafwijking s = 3.5. We gaan er hierbij vanuit dat we de waarde
van de standaardafwijking van de populatie niet kennen en dus berekenen we
een t-statistiek als volgt:
De bijbehorende P-waarde voor n = 25 - 1 = 24 vrijheidsgraden is
P-waarde = 2⋅UTPT(24,-0.7142) = 2⋅0.7590 = 1.518,
omdat 1.518 > 0.05, dus P-waarde > α, kunnen we nulhypothese H
verwerpen: μ = 22.0.
Eenzijdige hypothese
Het probleem is het toetsen van de nulhypothese H
alternatieve hypothese, H
betrouwbaarheidsniveau (1-α)100% of significantieniveau α, met een
steekproef van grootte n met een gemiddelde x en een standaardafwijking s.
Deze toets noemen we een eenzijdige toets. De procedure voor het uitvoeren
van een eenzijdige toets begint net als de tweezijdige toets met het berekenen
van de juiste statistiek voor de toets (t
aangegeven.
Daarna gebruiken we de P-waarde met z
om te beslissen of de nulhypothese wordt verworpen of niet. De P-waarde voor
een tweezijdige toets worden gedefinieerd als
P-waarde = P(z > |z
De criteria voor het toetsen van de hypothese zijn:
•
Verwerp H
•
Verwerp H
U ziet dat de criteria precies hetzelfde zijn als voor de tweezijdige toets. Het
grootste verschil is de manier waarop de P-waarde wordt berekend. De P-
waarde voor een eenzijdige toets kan als volgt worden berekend met de
kansfuncties in de rekenmachine:
μ
x
−
t
=
=
o
o
s
/
n
: μ > μ
ο
1
als P-waarde < α
o
niet als P-waarde > α.
o
22
0 .
−
22
5 .
=
−
. 3
/ 5
25
: μ < μ
of H
op een
ο
1
of z
), zoals hierboven wordt
o
o
en vergelijken we deze met α
of t
ο
ο
|) of P-waarde = P(t > |t
o
. 0
7142
: μ = μ
, tegen de
o
o
|).
o
niet
o
Blz. 18-38